Tagarchief: S.I.

Slow-whoop

Maandagmiddag. Ik zit fijn in mijn hoekje bij mijn ergotherapeute C. Mijn hulphond in opleiding (de beoogde opvolger van mijn huidige hulphond) ligt heerlijk te slapen op zijn vaste plek. Ik ben al een week of twee vrijwel altijd in mijn eigen wereldje. Ver weg. Vrij sloom, traag. Ik kom er al twee weken nauwelijks uit. Maar we lijken langzaam iets vooruitgang te boeken op dat moment. Tot er iets gebeurd wat we geen van beide hadden kunnen verzinnen. Lees verder

Alertheidsproblematiek

Ik lig op de grond, op mijn zij, op een schapenvacht. Ik ben moe, sloom, traag. Hoef niks, wil niks. Mijn lijf voelt zwaar, onwijs zwaar. Mijn hoofd voelt als een dot watten. Ik hoor mijn ergotherapeute, die op de grond tegenover mij zit, wel praten. Ergens ver weg. Wat ze zegt dringt maar langzaam door. Ik weet dat ik iets moet doen maar ik kom tot niks. Uiteindelijk beslist zij wat we in welke volgorde doen om te zorgen dat ik alerter wordt. Het duurt nog een tijdje voor ze me zover heeft dat ik ga zitten en daarna opsta om te doen wat ze vraagt.

Lees verder

Stoeien met kleding

Het is weer eens zo’n dag dat ik voor mijn klerenkast sta en echt niet weet wat ik aan zal trekken. Echt niets is goed. En nee, dat komt niet omdat ik een vrouw ben. Of omdat ik vind dat ik niks heb om aan te trekken. Ik geef namelijk helemaal niets om mode en mijn klerenkast puilt dan ook niet uit. Nee, ik heb echt een ander probleem met kleding. Lees verder

Twee velletjes papier (over lichaamsbesef).

Twee velletjes papier. Gewoon van die witte, niets bijzonders. Dat is waaruit ik, als ik een goede dag heb, besta. Nee, niet letterlijk natuurlijk maar figuurlijk gesproken wel. Twee velletjes papier die boven elkaar zweven met niets ertussen. Geen voor- en geen achterkant. Dat is wat ik voor beeld krijg als iemand mij op een goede dag vraagt of ik mijn lijf kan voelen. Wat ik dan op een minder goede of slechte dag voel? Simpel, helemaal niets! Ik heb namelijk een verminderd tot geen lichaamsbesef. Iets waar een hoop mensen zich niets bij kunnen voorstellen. Lees verder

Een onbetrouwbaar lijf

Voor mensen is hun lijf een handig meetinstrument. Het vertelt of je ziek bent, hoe je je voelt, of je moe bent of niet, honger of niet, etc. Voor mensen met autisme kan dat heel anders zijn. Voor mij is mijn lijf helemaal geen betrouwbaar meetinstrument. Signalen worden niet of verkeerd doorgegeven, te sterk of te zwak en soms zoals ze echt zijn. Lees verder